Inleiding coöperatief leren

Waarom zou je het doen (het kan namelijk best rumoerig worden):

  • Je laat leerlingen actiever leren.
  • Je laat leerlingen veel meer praten met elkaar. Hierdoor vergroot je ook de samenwerkingsvaardigheden van leerlingen.
  • Verschillen tussen leerlingen worden benut als kansen om van elkaar te leren. Je krijgt met de werkvormen de kans om leerlingen expliciet aan te leren om rekening met elkaar te houden, omdat leerlingen met elkaar moeten samenwerken. Het is lastig als leerlingen niet willen samenwerken, maar je mag je daar toch eigenlijk niet bij neerleggen? Grijp je kans en bied leerlingen succeservaringen met samenwerken!
  • Het levert een bijdrage aan het realiseren van een goed pedagogisch klimaat in je groep. Doordat je altijd even kort aandacht besteed aan het groepsproces krijg je de kans om complimenten te geven als je hebt gezien dat leerlingen bijvoorbeeld heel behulpzaam waren in een groepje.

Wat zijn de kenmerken van coöperatieve werkvormen?

  1. Positieve wederzijdse afhankelijkheid (de opdracht is zo bedacht dat je elkaar nodig hebt om de opdracht goed te volbrengen).
  2. Individuele verantwoordelijkheid
  3. Directe interactie
  4. Samenwerkingsvaardigheden
  5. Evaluatie van het groepsproces (altijd doen, want daar zit het leermoment)

Wat zijn voorwaarden?

  • Een goede sfeer! Speel spellen die ervoor zorgen dat leerlingen elkaar leren kennen, zodat leerlingen zin krijgen om met de ander samen te werken. Is de sfeer in de groep niet goed? Werk daar eerst aan! Spellen kunnen bijdragen aan een positieve sfeer. In het ‘boekje’ op onze site staan achterin tips voor boeken met spellen. Speel ‘klasspellen’ en ‘groepsspellen’ (zodat de groepsleden elkaar beter leren kennen).
  • Structuur (in de ruimte en in de omgang met elkaar).
    • Leer leerlingen hoe ze binnen een minuut de tafels aan de kant (en weer terug) hebben, zodat je gemakkelijk bijvoorbeeld ‘Wandel – wissel uit’ kunt inzetten.
    • Gebruik vaste opstellingen, zodat daar geen ruis over ontstaat (en wijzig op vaste momenten in het jaar).
    • Leer leerlingen een Stiltesignaal aan, zodat je de aandacht kunt krijgen ook als iedereen door de ruimte loopt en met elkaar aan het praten is.
    • Neem de tijd voor het maken van afspraken en laat leerlingen het nut van de afspraak inzien. Leerlingen vinden het vaak heel leuk om door de klas te wandelen en snappen heel goed dat je dan een afspraak moet maken over een signaal waarbij de leerkracht weer aandacht krijgt. Stap niet in de valkuil om te verslappen met deze afspraak; maar prent jezelf in dat je altijd 100% aandacht wil (anders gaat het van 90% snel naar 0%).
    • Geef echt denktijd nadat je een vraag hebt gesteld, zodat alle leerlingen actief leren. Laat leerlingen wennen aan ‘even in stilte voor jezelf een antwoord bedenken’ zodat ze jou erop kunnen wijzen als je per ongeluk vergeet om individuele denktijd te geven ; )